Vensters – een samenvattende beschouwing van hoofdstuk 25 uit Alan Cooper’s About Face2.0

In deze samenvatting belicht ik een aantal punten uit het hoofdstuk die te maken hebben met de ontwikkeling van vensters. Deze punten gaan over het gedrag van vensters, hoe deze tot stand zijn gekomen, wat voor type vensters er zijn en wat voor functionaliteiten vensters kunnen bezitten.

Het doel dat ik wil bereiken met het schrijven van dit artikel is dat designers kennis opdoen over vensters in de meest brede zin van de betekenis. Daarnaast hoop ik een begin neer te zetten waardoor reflectie op ontwerp principes en interacties in hun historische context kunnen worden bezien.

About Face2.0 dat ik lees is geschreven in het Engels. Daarom begin ik dit artikel met een legenda om de termen toe te lichten in mijn eigen woorden. In deze samenvatting gebruik ik vaak het woord ‘venster’ als algemene term voor een rechthoekig kader waarbinnen zich een functionaliteit bevindt, de specifieke betekenis moet door de context begrijpelijk worden.

Windows: alles dat rechthoekige vormen aanneemt en informatie bevat waar een gebruiker mee kan interacteren. Ik kies ervoor om het woord venster te gebruiken, ik had ook container kunnen gebruiken.

Modus (mode): Wanneer een applicatie in een andere modus verkeert dan de basis modus. Bijvoorbeeld: een gereedschap selecteren en gebruiken forceert dat de applicatie zich op een bepaalde manier gedraagt. Het is bijvoorbeeld in spraycan modus.

Pane (op zichzelf staand paneel): vensters binnen een applicatie, van aan de zijkant, die functionaliteiten kunnen bevatten of gerelateerde content aanbieden. Een pane kan ook op zichzelf betekenis bevatten.

Panel (paneel): bevat dezelfde karakteristieken als een een Pane maar verschilt omdat de functionaliteiten altijd in relatie tot de hoofdactie staan.

Dialog-box: toont kritieke informatie, er wordt een actie verwacht van de gebruiker om de modal te sluiten. Overlapt andere vensters en maakt deze tijdelijk onbruikbaar.

Taskbar (taakbalk): het grafische antwoord van Microsoft op beperkt overzicht wanneer er meerdere programma’s tegelijk gebruikt werden.

Een stukje geschiedenis

De eerste computer met een grafische interface is de Xerox Alto, ontwikkelt in 1970 in het Palo Alto Research Center (PARC). De Alto heeft voor een belangrijk aantal innovaties gezorgd, namelijk; de muis, het rechthoekige scherm, de scrolbar, de push button, de “desktop metafoor”, object-georiënteerd programmeren, drop-down menu’s, het Ethernet, en laser printen. [Cooper, 321]

Zowel Steve Jobs als Bill Gates waren onder de indruk van de computer die een grafische interface bezat. Al was Bill (voor intimi) meer geïnteresseerd in de object-georiënteerde informatie presentatie dat de Alto liet zien. Ondertussen werd de Macintosh geboren uit de samensmelting van PARC onderzoekers en Steve Jobs, een computer die omarmd werd door mensen die niet tot in hun nek in de tech zaten maar wel een computer nodig hadden. De macintosh legde de eerste lat voor gebruiksvriendelijkheid. [Cooper, 322]

De grafische interface principes van PARC

Begrip van grafische interfaces tegenwoordig is terug te leiden naar de tijd van de eerste grafische interface ontwikkelt bij PARC. De basis die door hen gelegd is zijn nu algemeen bekende principes. Dat betekent niet dat dit automatisch altijd de beste interacties zijn.

Visuele metaforen

PARC introduceerde met de Alto het gebruik van visuele metaforen. De overtuiging van de PARC onderzoekers was dat het begrijpen van een computer interface makkelijker wordt door gebruik te maken van globaal herkenbare visuele metaforen. Een voorbeeld hiervan zijn de rechthoekige vensters, vergelijkbaar met dat van een vel papier.

“NOMODES” van Larry Tesler

Of tenminste geen modus verandering zonder de gebruiker daar op de hoogte van te stellen. De hardnekkige overtuiging dat een modus verandering schadelijk is voor de gebruikservaring stamt uit de tijd zonder grafische interfaces. Tegenwoordig is dit een achterhaalde overtuiging. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het ontwerp programma Sketch. Wanneer de gebruiker een ovaal wil tekenen kan het gereedschap dat dat mogelijk maakt geselecteerd worden. De selectie van dit gereedschap wordt visueel zichtbaar gemaakt door een verandering van de cursor en doordat er een icoon verandert van kleur. Het programma verkeert in feite in een andere modus, in een ovaal teken modus en de veranderingen van cursor en icoon kleur informeren de gebruiker hierover.

Overlappende vensters

Ooit was er een bureau, en op dat bureau lagen papieren en op die papieren werd geschreven en was informatie aan af te lezen. Het papier is inmiddels gedigitaliseerd en in vroegere programma’s bracht dit problemen met zich mee. Gebruikers raakten na het openen van meerdere programma’s het overzicht kwijt. Dit resulteerde in het meermaals openen van programma’s wat het overzicht niet ten goede kwam. Microsoft bedacht daar iets op; de taakbalk.

Nog een voorbeeld van het papieren idioom is dat van een menu. Deze rechthoekige vensters klappen open en presenteren de gebruiker functionaliteiten. Dit kan vergeleken worden met een persoon die naast je bureau staat en je een belangrijke notitie aanreikt.

Meerdere applicaties tonen

In Windows 1.o introduceerde Microsoft met zijn grafische interface de mogelijkheid om meerdere applicaties zichtbaar op het scherm te tonen. Dit kon door geminimaliseerde vensters te tonen die elkaar konden overlappen. In de huidige interfaces zijn deze overlappende en geminimaliseerde applicaties nog steeds relevant en herkenbaar.

Schermvullende applicaties

Hoe kan een gebruiker makkelijk navigeren tussen meerdere programma’s? Dit vroeg Alan Cooper zich af. Windows introduceerde na de verloren rechtzaak met Apple, de taakbalk onderaan het bureaublad. Het overzicht probleem werd ‘opgelost’ door de actieve programma’s geminimaliseerd weer te geven. De gebruiker had de mogelijkheid om de applicaties te maximaliseren en schermvullend te maken of om de vensters te laten overlappen.

Applicaties met meerdere panelen

Een klassiek voorbeeld van een applicatie met meerdere panelen is Microsoft Outlook. In Outlook wordt gerelateerde informatie dat los van elkaar ook betekenis heeft in dezelfde applicatie vertoond. Door gebruik te maken van meerdere vensters binnen een enkele applicatie wordt er onderscheid gemaakt tussen informatie. Door splitters en dividers te gebruiken wordt dit onderscheid inzichtelijk.

Het gebruik van tabs is ook een voorbeeld om gerelateerde informatie te tonen.

Welke vensters heb je nodig?

Om een effectieve applicatie te maken is het noodzakelijk om te begrijpen welke type vensters je nodig hebt en welke functionaliteiten er waar moeten komen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen hoofd vensters en ondergeschikte vensters.

Overbodige en noodzakelijke kamers

Wat is nu een overbodig kamer en wat een noodzakelijk? Stel je een huis voor met kamers. Een hoofdvenster is het huis zelf terwijl de kamers onderschikte vensters zijn met elk hun eigen doel, een menu item is één voorbeeld van een kamer. Een kamer kan een specifiek doel dienen maar een taak kan ook in een andere kamer uitgevoerd worden. Het is aan de ontwerper om er achter te komen welke taken bijdragen aan het hoofddoel van de gebruiker, dit hoofddoel moet bereikt kunnen worden in het hoofdvenster.

Bijvoorbeeld; aanbrengen van schaduw gebeurt in een programma als Sketch binnen het hoofdvenster waar de afbeelding zich bevindt. Sketch is het huis en het hoofddoel is een ontwerp maken. Een schaduw toevoegen is onderdeel van de ontwerp gereedschappen en bevindt zich daarom in het hoofdscherm. Het is een essentieel onderdeel van het huis. Printen is geen noodzakelijk onderdeel van het ontwerp proces maar in sommige gevallen wel een functionaliteit die gebruikt moet worden. Printen is een schuur. In een huis zonder schuur is het mogelijk om te wonen maar een huis met schuur geeft net wat meer vrijheid. Voordat je besluit om de gebruiker naar de schuur te sturen is het zinvol om je als ontwerper af te vragen of de gebruiker een goede reden heeft om naar de schuur te gaan.

Teveel functies van een programma verpakken in losse vensters of menu’s is een risico. Het wordt al snel complex om de relatie tussen verschillende openstaande vensters aan te tonen. Als je voor elke kleine taak naar een andere kamer wordt ben je de hele dag aan het lopen. In de huiskamer kan je ook best een schaaltje met nootjes eten, dit hoeft niet perse in de keuken omdat dat nu eenmaal de plek is waar eten wordt genuttigd en bereidt.

De status van het venster

Cooper claimt dat een applicatie venster drie verschillende statussen kan hebben. Twee daarvan zijn voor de hand liggend; geminimaliseerd en gemaximaliseerd. De derde status is minder voor de hand liggend, dit gaat om het vermeerderen van het venster.

Het nut van minimaliseren. Om te wisselen tussen applicaties is het soms nodig om een applicatie te minimaliseren. De alt tab toetsencombinatie stelt de gebruiker in staat om alle openstaande applicaties geminimaliseerd naast elkaar te bekijken. Deze functionaliteit is niet voor alle gebruikers een voor de hand liggende optie. De taakbalk van windows slaagde er in de gebruiker een overzicht te tonen van openstaande programma’s en daar op een visuele manier tussen te kunnen wisselen. Op een mac is het tegenwoordig mogelijk om meerdere applicaties te maximaliseren als een bureaublad waardoor de gebruiker kan wisselen tussen gemaximaliseerde bureaubladen.

Vermeerderen heeft geen nut volgens Cooper. Een vermeerderd venster maakt een applicatie gebruiken onnodig ingewikkeld doordat er minder ruimte is voor de functionaliteiten. Hij stelt dat een vermeerderd venster voornamelijk handig is voor het gebruiken van de versleep (drag and drop) functionaliteit.

Cooper voorspelt dat content verslepen naar een ander programma, dat vervolgens gemaximaliseerd wordt, een belangrijke functie kan krijgen. Ik herken dit bij het gebruiken van de finder in Mac OSx. Voor een gebruiker is het vrij eenvoudig om een foto naar bijvoorbeeld een fotobewerkingsprogramma te slepen. Zo zijn er tal van mogelijkheden voor het slepen van bestanden.

Multiple document interface en de single document interface

Sommige applicaties ondersteunen de gebruiker door meerder documenten actief te tonen, Cooper noemt Word en Excel. Hij benoemt ook applicaties die misbruik maken van het zogenoemde multiple document interface (MDI) door verschillende type documenten te ondersteunen. Dit wordt afgeraden omdat het verwarrend is voor de gebruiker. MDI werd gezien als een slimme oplossing omdat de gebruiker een applicatie niet meerdere keren hoefde te openen dit ging ten kostte ging de CPU van de computer. Tegenwoordig is het heel normaal om te wisselen tussen verschillende gemaximaliseerde documenten binnen eenzelfde applicatie. Dit komt mede doordat computers sneller en krachtiger zijn dan in 2005, toen de derde druk van About Face2.0 uitkwam.

Conluderend

Het visueel maken van computer applicaties heeft ervoor gezorgd dat een breder publiek gebruik kon maken van deze technologische ontwikkeling.

De taakbalk die Microsoft introduceerde is een innovatie op zich geweest. Het zorgde ervoor dat low tech gebruikers visueel werden geinformeerd over openstaande applicaties, het maakte wisselen tussen applicaties mogelijk, het maakte zelfs wisselen tussen documenten mogelijk. De taakbalk is geboren uit een verloren rechtszaak van Apple waardoor microsoft een oplossing moest bedenken voor het tonen van meerdere applicaties.

Geef een gebruiker altijd genoeg reden om een andere kamer te betreden/venster te openen

Houd acties die betrekking hebben tot het hoofddoel dichtbij en zichtbaar.

Auteur: Sabrina Doornekamp

Ik heb een achtergrond in grafische vormgeving en heb media en cultuur gestuurd aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn specialisatie richtte zich op digitale media. Samen vormen deze studies de basis voor mijn interesse in digitale systemen en hun gebruikers. Ik geloof dat samenwerking en communicatie belangrijke onderdelen zijn van het ontwerpproces.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *